Van horen zeggen 2022

Nieuws, roddels en loabekakkerij

Droogvaldagen

Verslag van 12 en 27 juli

Op 12 juli hadden we de eerste droogvaldag van het jaar. Om half 9 was iedereen aan boord en zo zeilden we via de Wierbalg 't Amsteldiep binnen. Deze keer was onze, om 13.00 uur bestelde zeehond, veel te vroeg. Een Neusrob zwom het hele Amsteldiep met ons mee en dat was voor de gasten een hele leuke ervaring. Van nature zijn zeehonden nieuwsgierig, maar deze leek wel op een Wieringer. Het bleef een meter of wat van de aak af, ons in de gaten houden en zei nog net niet: "Hew je nag wat te snarken?" Uiteindelijk zat het vorstelijk op de zandbank met de kop flink uit 't water ons te bezichtigen. En poseerde voor menig fotograaf aan boord.
Uiteindelijk schoven wij bij de eerste van de 3 gele tonnen de aak rustig de Westwal op. Inmiddels had de zeehond 't ook bekeken en dook met een gracieuze bolle rug de vaargeul in, terwijl wij de spijker(anker) over boord gooiden en de aak al snel aan de grond liep.
Na een tijdje was 't water verdwenen en stapte de rest van de gasten van boord om een wandeling te maken over de bodem van de zee. Anderen waren allang van boord gegaan en hadden hun rug- en borstslag al geoefend. Overigens was 't water al aardig op temperatuur, zo'n 19/20 graden. Nadat de kokkels, mosselen en oesters aan boord waren gebracht, kon de pan aan en werden ze gekookt. Onder 't genot van een wijntje, borreltje, frissie(bemanning) en ander vocht werden ze zo de maag ingespoeld. Ondertussen was er een Spakenburger
in de buurt van ons komen droogvallen en deze kwam een praatje maken. Na uitleg aan hem hoe kokkels te zoeken, raakte hij met een zak vol van ons terug naar zijn schip. Langzamerhand kwam 't tij weeropzetten en als snel begon de aak weer drijvende vormen aan te nemen. En zo zeilden we via 't Visjagersgaatje weer naar Den Oever met ons gezelschap, dat gezellig keuvelend de belevenissen van de dag nog even doornam.

Op 27 juli hadden we een groep van een man/vrouw of 9 en 4 bemanningsleden en ook nu gingen we weer richting de Westwal. Door de ongunstige windstand moesten we helaas ook stukken op de motor verder, omdat 't tegen wind erg lastig zeilen is. Desalniettemin bereikten we de Westwal, echter gingen we nu bij de 2e gele boei(nr 3) de bocht om en kwamen voor 't mooie iets te ver de bank op. Daardoor duurt 't wat langer eer 't water weg is en ook langer voor 't water weer hoog genoeg is om af te varen. We lagen nu wel veel dichter bij de oester/mosselbank, waardoor iedereen die dat wilde, naar hartenlust kon gaan zoeken.
Ook nu hadden we een gezellige groep mee, die heel wat vragen hadden en het ook heel bijzonder vonden dat we over de zeebodem aan 't lopen waren. Dat dat straks weer zee zou worden was toch ook wel en een wonder. Voor ons is dat natuurlijk heel gewoon, maar als je er bij na denkt, is 't natuurlijk ook een wonder dat dit verschijnsel zich 2 keer op een dag voor doet. In plaats van de zeehond, die zich maar heel even liet zien, was er nu een lepelaar, die al zevend met z'n lepelvormige snavel, in de buurt van ons z'n middagmaal naar binnen werkte. Prachtig gezicht zo'n statige, best wel flinke vogel zo aan 't werk te zien. Onderweg naar de mossel/oesterbank vonden we tal van diertjes op en in de wadbodem. Hele kolonies kokerwormen, mooie maatse kokkels, piepkleine zeesterretjes en zelfs een blauwe oorkwal. De laatste is gelukkig geen steker en kun je zo oppakken. De bruingekleurde kompaskwal was er niet en hoewel mooi om te zien, niet om op te pakken of op te gaan staan, want dat zijn de stekers op 't Nederlandse strand en Wad. Nadat de gespoelde oogst aan boord werd gebracht ging de brander aan en de pan op 't vuur en werden de eerste mosselen gekookt. 
Eén van de bemanningsleden, Annelies,  zette bijna iedereen aan het opslurpen van rauwe oesters. De één vond 't heerlijk, de ander deed alsof 't lekker was en soms was aan 't verwrongen gezicht af te lezen dat de smaakpapillen nog moesten wennen aan de smaak.(of was er  misschien te hard in de citroen geknepen) 
Nadat iedereen de buik vol had van 't zilte vlees, pinda's, plakjes worst, chips, etc, weggespoeld met verschillend alcoholisch en non-alcoholisch vocht, werd 't tijd om klarigheid  te maken voor vertrek. Nadat de spijker weer aan boord was, konden we het Amsteldiep in varen en koers zetten naar Den Oever. Ook deze trip zat er weer op en de gasten gingen tevreden naar huis.

Gezien 't feit dat we al jaren op dezelfde plek droogvallen, hadden een paar van ons de stoute schoenen aangetrokken om eens te kijken naar een andere plaats. Criteria; 1) makkelijk te bereiken mosselbank, 2) harde ondergrond, 3)maatse mosselen, 4)oester en 5)kokkels in de bodem...
Op 14 juni was 't zover en we zetten koers naar de Breehorn. We hadden vanaf de Westwal al gezien dat daar ook wat mosselbanken te vinden waren, echter deze waren nog vrij jong.
Met een stevig windje waaiden we prachtig de bank op en aan criteria 1 en 2 werd voldaan.
Wel viel op dat er een flinke stroming stond. Hierover later meer. Van boord gestapt bleek dat bij de mosselbanken de grond toch slapper was dan gedacht. Menig slijkgaper, losse mosselschelpen en scheermessen doorboorden 't vel van de schenen, waardoor 't water nog niet rood kleurde, maar een lichte rosé had 't wel kunnen worden. De maat mossel was wat aan de kleine kant, 't aantal oester was op geen vinger te tellen, zelfs geen lege schelp en ook de maat van de kokkel was miniem.
We merkten dat de ebstroom snel liep. In een mum van tijd was 't water weg . Echter de vloedstroom ging ook als een Jekko. Degenen die veronderstelden dat we wel van de plaat zouden worden geblazen, als we vlot lagen en dus geen anker nodig vonden, kwamen van de koude kermis thuis... De stroming was vele malen sterker en deze zette ons steeds verder op de bank. Toch maar ff een 't anker uit lopen. Doch tegen de stroming in lopen met 't water tot aan je middel was best wel zwaar. Uiteindelijk lukte dat wel, maar 't was niet verkeerd om de terugreis naar de aak met het ankertouw in handen te aanvaarden, want bij een struikelpartij had je niet meer overeind gekomen en kan je je alleen maar laten meevoeren met de stroming. Gelukkig lukte 't om weer aan boord te gaan, maar dat er een pittige stroming was, kon je goed zien aan de groene ton in de buurt, die af en toe gewoon onder water verdween.
Resumerend bleek dit toch niet helemaal de gewenste droogvalplek te zijn en gaan we gewoon weer naar de Westwal om droog te vallen.

Kampen 25 en 26 juni

Reünie Vereniging Botterbehoud

Built with Mobirise ‌

Free Web Page Creator