Droogvallen op 30 mei
Op 30 mei stond de 1e droogvaldag van het seizoen 2026 op het programma. Om 9.00 uur kwamen de passagiers, een aantal zelfs vanuit België, aan boord. Na de veiligheidsinstructies ontwaakte de motor, toen het sleuteltje werd omgedraaid en werd de goedgevulde aak richting het Visjagersgaatje gestuurd. Er stond weinig wind en die stond ook nog NW, waardoor de heenweg niet zeilend kon worden afgelegd. Op de motor gingen we door het Wieringerdiep. Gelukkig liet de ingehuurde zeehond zich een paar keer zien vlak voor de scheidingston (groenrode boei).
Aan boord ontstonden er al snel gesprekken en na de koffie, thee en de Wieringer Jodenkoeken, voeren we langzaam het Amsteldiep in. Bijna aan het eind van het Amsteldiep werd de aak op een bank gezet en ging de spijker overboord. Omdat het water nog niet veel gezakt was vertelde René, aan de hand van wat foto-materiaal, over de geschiedenis van de aak, het leven aan boord en het e.e.a. over de stand van zaken van de Waddenzee. Ook de roerige geschiedenis van Wieringen werd niet vergeten.
De trap werd in het water neergezet en toen René, traditioneel als eerste, de waterdiepte peilde bleek, dat dit al ruim onder de knie kwam. Iedereen trok water- of oude schoenen aan en stapte van boord. We gingen eerst nog door enkelhoog water. Het water was geheel niet koud, integendeel zelfs, het voelde vrij aangenaam. We gingen op weg naar de eerste mosselbank. Deze bank bezat nog weinig maatse mosselen en helemaal geen oesters. Voor komend seizoen is het echter, denken we, een prima plek om goede mosselen te vinden. Ook viel op dat er, in tegenstelling tot vorig jaar, juist veel kokkels waren. De meegebrachte pierenvorken hoorde je veel tikken en ook de vele “spuiters” verraadden de onder het slik bevindende kokkels. Het was ook wel te verwachten, nadat we vorig jaar veel kokkelzaad hadden zien liggen. Het aantal kwallen viel nu erg mee. We zagen een paar oorkwallen voorbij gaan, maar meer ook niet. Wel was er heel wat zeesla aan de groei. Toen het Wad droog lag was er een aparte groene waas te zien, alsof je naar een pas ingezaaid grasland stond te kijken.
Omdat de mosseloogst tegen viel en er geen oester te bekennen was, gingen we een mosselbank verder. Daar vonden we genoeg eetbare zeevruchten, verloren er een paar heren bijna hun schoen aan het slijk en waren de onderbenen van de meesten tot de knie zwart van de prut. Eén persoon kon zich ternauwerdood uit de zuigende modder bevrijden. Uiteindelijk was de gebreide gaatjes tas en een T-shirt goed gevuld en besloten we weer terug te gaan richting de aak. Daar werd het gasstel, de pan, bord en de mosselmessen gepakt. Terwijl Hennie de pan aan de kook trachtte te krijgen, maakte René wat oesters open voor de rauw naar binnen slurp oesters. Ze smaakten zo best dat bijna alle geraapte oesters er rauw ingingen. Twee dames zijn voor het eerst aan de rauwe oester begonnen en er was één dame die, na 42 jaar oesteronthouding, er weer eens één probeerde. De gekookte exemplaren werden ook verorberd, evenals de gekookte mosselen en kokkels. En zo werd het erg gezellig op het voordek.
Toen alles op was, ging het licht er bij een aantal jongeren echt uit. Dat mag natuurlijk en kwam ook, doordat we terug op de zeilen konden varen. En ja, geen motorgeronk, maar wel b(r)uisend water langs de aak, de wind in het zeil en de hele dag in het zonnetje op het Wad maakt natuurlijk dat je dan heel rozig begint te worden. Om 19.45 uur lag de aak weer aan de trossen in de haven van Den Oever en konden we terugkijken op een super gezellige en geslaagde droogvaldag.
