Droogvallen op 15 juni
Droogvaldag twee werd op maandag 15 juni gehouden. Het zou een dag worden van twee uitersten. Om 8.30 uur stonden skipper en bemanning omhoog te kijken naar de lucht. De donkere wolken gingen toch wel hard voorbij, echter op de buienradar was er geen bui te bekennen en de windfinder gaf aan dat de wind zou afzakken van een Bft 4, naar een Bft 3. Veel golfbeweging in de haven en bij de sluizen was er ook niet, dus toen alle passagiers waren ingescheept, gingen we van wal. Ieder was al snel aan de babbel, na het uitdelen van de zwemvesten en het praatje van de skipper over de veiligheid.
Eenmaal de draai naar “buiten” makende, begon de aak lekker op de golven te deinen, de wind recht op de kop en het buiswater was niet van de lucht. Toen de skipper uitlegde dat het heel normaal is om op het Wad “een zoute bek” te halen, wisten de meeste opvarenden nog niet dat het niet bij de bek bleef, maar ook ondergoed tot de mogelijkheden bleek te horen. Met andere woorden, het was een schommelig en nat stomerijtje op de bonkige Waddenzee. Tot overmaat van ramp kwam er niet alleen buiswater in de aak, maar ook de wolken konden het water niet meer vasthouden. Gelukkig waren er regenpakken, maar echt warm was het niet meer. Alhoewel, in het kleine vooronder met een man of 10 warmt snel op.
Uiteindelijk kwamen we op de Balgzand aan en werd de aak vakkundig aan de spijker gehangen. Eh, voor de tweede keer aan de spijker gehangen, want bij de eerste keer begon het anker toch te krabben en verzeilden we opeens in het midden van het Amsteldiep. En dan wachten tot het water zakte… Door de stormachtige wind van de afgelopen dagen en de sterke bries van deze dag, liep het water maar langzaam weg. Gelukkig was er daardoor tijd genoeg om de vele vragen te beantwoorden over aak,Waddenzee en Wieringen.
Inmiddels dreef de trap om van boord te kunnen, niet meer met de stroming mee en bleek het waterpeil goed genoeg om veilig de wadwandeling aan te vangen.
Op weg naar de eerste mosselbank kwamen we al een mooie paarse kwal tegen. Deze was helemaal verkleurd door de zon. De zon??? Ja, de zon was plots gaan schijnen en het werd helemaal warm. We liepen zo lekker door naar de tweede mosselbank en onderweg kwamen we een groepje van 4 lepelaars tegen die niet bang waren. Ze lieten ze mooi bekijken en het blijft dan ook een pracht gezicht die vogels met hun “lepels” door het water te zien gaan, op zoek naar eten. Bij de mosselbank lagen weer prachtige mosselen en oesters. Aan de stand van de plantjes in het water kon je zien dat de vloed weer begon te lopen. Wezen ze eerst met de topjes nog richting Den Helder, nu stonden ze, door de vloedstroom, naar Wieringen. Tijd om weer terug te lopen naar de aak.
Het gasstel, de pan, bord en de mosselmessen werden gepakt. Hennie verzorgde het koken van de mosselen en kokkels en René maakte de oesters open om deze rauw te nuttigen. Ze smaakten weer heerlijk.
Inmiddels liep de vloed snel en begon de aak weer los te komen van de zandbank. Het waaide nog aardig, dus werd er besloten om de zeilen omhoog te hijsen en naar Den Oever te zeilen. Helaas stopte de wind met blazen toen we het Visjagersgaatje in voeren en ging de boel weer omlaag.
Toen we bijna bij de haven waren stak er gelukkig nog een zeehond z’n kop boven water. Je kunt wel vertellen dat er 48.000 zeehonden op het Wad te vinden zijn, maar als je er dan geen ziet… En als klap op de vuurpijl dook er naast ons ook een bruinvisje naast de aak op. Die liet zich nog een paar keer zien en verdween toen uit het zicht.
Om 19.45 uur werd de aak aan de steiger gebonden en konden we terugkijken op een natte, zoute, koude, winderige, zonnige, warme, super gezellige en geslaagde droogvaldag.
