Kokkels, kokkels en nog eens kokkels

Op 11 augustus hadden we qua weer een prachtige droogvaldag. Vanuit de haven konden we zo het Wieringerdiep in en op zeil worden gegaan. Alleen het laatste stukje werd op de motor afgelegd.
Door een kleine, iets te ruime manoeuvre raakte de aak echter te vroeg op de Westwal en kwam daar vast te liggen. Daardoor zat er niets anders op dan op deze plek droog te vallen.
Helaas lagen we veel te ver van onze gebruikelijke stek een mooie mossel- en oesterbank, maar toen we van boord stapten was het heerlijk water zonder stroming. Een geweldige plek om eerst lekker te zwemmen, waarvan danook flink gebruik werd gemaakt. Al gauw stak een nieuwsgierige zeehond zijn kop boven water om te zien wat dat gespartel allemaal van doen had. Toen hij zag dat wij het waren, schudde het beest meewarig de kop en ging kopje onder.
We ontdekten al snel dat deze plek een geweldige stek voor kokkels was. Het leek net of je over eieren liep, zoveel zaten er in de grond. Even graven met je hand leverde zo een tiental mooie maat kokkel op. Aan beide kanten van de WR 173 kwamen twee klippers droog te liggen en ook de WR 4 kwam op een bepaald moment achter ons te liggen. We deelden een zak kokkels met de opvarenden van de WR 4 en er werd gezellig bijgepraat. Het duurde nogal lang voordat er weer voldoende water onder de aak stond. Op de getij tabel stond dat er ook nog eens 50 cm water minder zou komen, dus begonnen we ons wel wat zorgen te maken over het tijdstip van loskomen…. Zo direct of pas bij de volgende vloed…. Maar gelukkig begon de aak wat te bewegen en met vereende krachten wisten Jaap, Dirk Jan en Chris de aak met behulp van het ankertouw van haar plek te trekken. Met de spijker weer aan boord kon de terugtocht naar Den Oever worden ingezet. Met een snelheid van ruim zes knopen ging het via het Visjagersgaatje terug naar Den Oever. Een onverwachte manoeuvre zorgde zo voor een bijzondere, maar vooral gezellige droogvaldag.

Scroll naar boven